Interview met curator Els Snick

Interview met curator Els Snick

Ich hab’ noch einen Koffer…

Literair Festival Het Betere Boek 8/10/16

De volgende editie van Het Betere Boek kleurt Duits. Literair vertaalster en germanofiel Els Snick werd gevraagd als curator voor dit literaire evenement, dat op 8 oktober naar jaarlijkse gewoonte in het Liberaal Archief en het Geuzenhuis in Gent plaatsvindt. We gingen met haar in gesprek over haar liefde voor de Duitse taal en cultuur en het curatorschap.

Je staat bekend als een enthousiaste pleitbezorgster van de Duitse taal en cultuur. Hoe ben je tot je liefde voor Duitsland gekomen?

De bron van mijn liefde voor de Duitse taal en cultuur is in mijn opvoeding te vinden. Mijn ouders waren in hun jonge jaren fervente trekkers in de Zwitserse Alpen en ik ben opgevoed met liefde voor literatuur en klassieke muziek. Mendelsohn, Mozart, Schubert, Wagner… dan denk je niet alleen aan muziek, maar ook aan gedichten van Goethe of de grote klassieke toneelliteratuur. Als jongeman van twintig ging mijn vader vlak na de oorlog meehelpen aan de heropbouw van de verwoeste steden in Duitsland. En mijn ouders namen in 1958 – mijn moeder was toen zwanger van haar tweede kindje –een Duits pleegkind in huis: Martin Wloka. Martin was vijf jaar oud, een Heimatvertriebene uit Polen, en hij woonde een half jaar bij mijn ouders in Oostrozebeke. Voor mijn boek Duitsland op het spoor ben ik Martin gaan opzoeken, en zo is het gekomen dat mijn ouders, inmiddels tachtigplussers, onlangs na meer dan vijftig jaar hun pleegkind Martin terug hebben ontmoet. Dat was erg ontroerend.

Na de middelbare school ben ik Germaanse gaan studeren in Gent, waar ik Duitse literatuur kreeg van professor Verhofstadt. Naar die lessen keken wij heel erg uit, Verhofstadt was een fantastische prof, die met veel armgebaren en pathos over Nietzsche, Thomas Mann en Bertolt Brecht kon vertellen.

Het Betere Boek staat dit jaar in het teken van de Duitse literatuur. Is daar een reden voor?

De belangrijkste reden is dat Vlaanderen en Nederland dit jaar gastland zijn op de Frankfurter Buchmesse. In Duitsland wordt de Nederlandstalige literatuur daardoor enorm gepromoot, en we willen ook in de omgekeerde richting een geste doen. Duitsland is onbekend en onbemind bij de meeste Vlamingen. Als vertaalster van Duitse literatuur vind ik het vaak jammer dat prachtige romans niet vertaald worden omdat het publiek weinig belangstelling heeft voor Duitse boeken. De Angelsaksische cultuur is veel populairder, maar ook Franse, Spaanse en Italiaanse boeken worden gemakkelijker gekocht en gelezen. Er hangt rond Duitsland altijd een verdacht sfeertje, er wordt nog vaak naar de oorlog verwezen als je zegt dat je van Duitsland houdt. Of je krijgt zelfs de Hitlergroet. Clichévoorstellingen en vooroordelen over Duitsers zijn bijzonder hardnekkig. Misschien kunnen we daar met Ich hab’ noch einen Koffer… iets aan doen.

We hebben voor het thema Berlijn gekozen omdat Berlijn, anders dan de rest van Duitsland, wel bij veel mensen bekend en een bijzonder populaire stad is. Met Berlijn als vertrekpunt wil ik de schoonheid, de veelzijdigheid en de aantrekkingskracht van heel het land, van de kunst, de cultuur laten zien. Het is per slot van rekening ons buurland. En Duits is onze derde landstaal. Het is zonde dat er zo weinig belangstelling voor is. Er ligt zo’n rijkdom voor het rapen. Dat wil ik op Het Betere Boek graag laten zien.

Hoe situeer je jezelf situeren in het culturele en literaire veld?

Ik ben als vrijwillig medewerker verbonden aan de Universiteit Gent, waar ik tot vorig academiejaar onderzoeker en docent wat. Sinds 2000 heb ik ook een loopbaan als literair vertaler uit het Duits opgebouwd. De uitgeverijen waar ik voor werk, bevinden zich in Amsterdam: Wereldbibliotheek, Cossee, Arbeiderspers, Bas Lubberhuizen, Atlas… Ik beschouw mezelf als een bruggenbouwer: ik voel me thuis in de academische wereld, bij de literatuur- en vertaalwetenschappen, en in de wereld van de vertalers, de uitvoerders, de praktijkmensen, en ik ben zowel in Vlaanderen als in Nederland actief. Ik heb zelf ook twee boeken geschreven die vooral in Nederland veel aandacht hebben gekregen. Mijn specialisme is de joodse auteur Joseph Roth, die het grootste deel van zijn leven in Berlijn heeft gewoond. Zijn bekendste roman is Radetzkymars, maar hij heeft ook heel veel literaire journalistiek geschreven. Die journalistieke teksten zijn door mij gebundeld en vertaald. Zo liggen er al twee boeken voor: Hotelmens en De blonde neger. Mijn derde bundel met werk van Roth zal op Het Betere Boek worden gepresenteerd: Joden op drift. Het is een essay over de uittocht van de Oost-Europese joden naar het westen. Als altijd zijn Roths verhalen bijzonder actueel, hij houdt de hedendaagse lezer werkelijk een spiegel voor. Hij is mijn absolute favoriete schrijver, zoals je merkt. Ik heb dan ook enkele jaren geleden het Joseph Roth Genootschap opgericht, waarmee we veel literaire manifestaties rond zijn werk organiseren. In Nederland wordt het gezelschap door Geert Mak vertegenwoordigd, die ook een grote fan is van Roth. Veel auteurs trouwens, ook Tommy Wieringa rekent Roth tot zijn favorieten, Arnon Grunberg, Stefan Hertmans, Joke van Leeuwen, Mark Schaevers, en ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan.

En het Willemsfonds heeft jou gekozen als curator voor deze zesde editie. Hoe ervaar je dat?

Ik was en ben nog steeds erg vereerd. Het Betere Boek is een heel fijn festival, maar ook een belangrijk festival, omdat De Bronzen Uil er wordt uitgereikt. En het vindt plaats in Gent, de stad waar ik woon. ‘Het moet een echt feest worden!’ was mijn eerste reactie toen ik als curator gevraagd werd. Ik heb geprobeerd al mijn netwerken aan te spreken toen ik gasten uitnodigde om te komen spreken of hun boeken voor te stellen. Daardoor is het een bijzonder veelzijdig programma geworden, waar behalve auteurs van boeken over Duitsland ook toonaangevende literaire vertalers, dichters, auteurs van kinder- en jeugdliteratuur en van reisgidsen, mensen uit de theaterwereld, het Vlaams Fonds voor de Letteren, en zelfs een kunstschilder, twee fotografen en twee jonge muzikanten op het programma staan.

Als curator heb je het programma helemaal autonoom kunnen bepalen. Wat zijn de verschillende onderdelen en wat de absolute hoogtepunten?

Toen ik de uitnodiging kreeg om curator te worden heb ik meteen een aantal mensen gecontacteerd die niet mochten ontbreken. Het nieuwe boek van Piet de Moor, Berlijn. Het gezicht van een eeuw zal worden voorgesteld. Zeven jaar heeft hij eraan gewerkt! William van Laeken, een compagnon de route van Piet, zal een lofrede komen houden op het boek. Ook mijn nieuwe boek over Joseph Roth wordt gepresenteerd, Joden op drift. Bas Lubberhuizen, de uitgever, komt naar Gent voor de inleiding. Mark Schaevers gaat met mij in gesprek over Roth en het nieuwe boek. Ik nodig die middag nog een aantal auteurs uit die een bijzondere voorliefde voor de Duitse letteren hebben: Peter Terrin en Mark Reugebrinck hebben rond die tijd net elk een nieuwe roman uit, Yves Petry, die naar eigen zeggen een Duitser is in een Vlaams lichaam, is ook een van de gasten die aan het woord komen. Gerda Dendooven zal met Aline Sax en Marian De Smet over Duits-Nederlandse-Vlaamse netwerken in de wereld van de jeugdliteratuur praten. Er komen dichters: Geert van Istendael, Hilde Keteleer, Erik Lindner en Els Moors – stuk voor stuk grote liefhebbers van de Duitse poëzie die door het Gentse Poëziecentrum worden ontvangen. Vertaalster Anne Folkertsma komt, zij isvooral bekend van haar vertalingen van Hans Fallada. Jan Gielkens zal er bij zijn, de vaste Günter Grass-vertaler. Inge Arteel, vertaalster van Elfriede Jelinek, die voor het NTG heeft gewerkt. Van het NTG zelf komt dramaturgKoen Tachelet spreken over zijn Duitse banden. Erwin De Decker over 360°, de succesvolle reisgids over Berlijn. Els Aerts van het Vlaams Fonds voor de Letteren vertelt over de Frankfurter Buchmesse en de internationale samenwerkingsverbanden tussen Duitsland, Vlaanderen en Nederland.

De beeldende kunstenaars die zijn uitgenodigd zijn de fotografen Julien Vandevelde en Annemie Augustijns en de schilder Bjorn Baele. Julien is bekend door zijn documentaires over Berlijn, Annemie heeft een prachtige reeks foto’s over Tempelhof gemaakt, het voormalige vliegveld in Berlijn, en Bjorn Baele schildert portretten van Duitstalige schrijvers en filosofen uit de 20ste eeuw. Voor de muziek is er een gelegenheidsduo gevonden dat we Zipper hebben gedoopt – naar een romanpersonage van Joseph Roth. Het bestaat uit de accordeonist Tom Danhieux en zanger/gitarist Jonathan Manes. Ze brengen Duitse liederen gaande van Schubert over Marlène Dietrich tot Reinhard Mey.

Dat gebeurt allemaal in het Liberaal Archief en in het Geuzenhuis, maar we willen het Kramersplein zelf er ook bij betrekken. Dat is nu zo mooi aangelegd, en als de zon een beetje mee wil, kan het boekenfeest ook daar worden voortgezet. In ieder geval zal Bar Jan Cremer voor de gelegenheid worden omgedoopt in Bar Joseph Roth. En uit Amsterdam strijkt Why I Love This Book neer. Zij zullen het publiek de kans geven om in filmpjes van één minuut promotie te maken voor een boek. Die filmpjes worden dan op YouTube gezet.

Dat is een vol programma, inderdaad. Is er ook nog plaats voor de debuterende schrijvers en de uitreiking van De Bronzen Uil?

Natuurlijk! De Bronzen Uil is waar het uiteindelijk allemaal om draait. De laureaten worden in het Geuzenhuis geïnterviewd door leden van de jury: Marnix Verplancke, Lies Steppe en Nadia Dala. Andere juryleden zijn Sofie Vandamme, bekend van Studium Generale in Gent, en Sylvain Peters. Jos Geysels, de juryvoorzitter, reikt de prijs uit samen met Vlaams Cultuurminister Sven Gatz en de publieksprijs wordt overhandigd door de Gentse Cultuurschepen Annelies Storms.

Voor deze editie van Het Betere Boek heb je de titel 'Ich hab'noch einen Koffer...' gekozen, naar het overbekende lied van Marlène Dietrich over Berlijn. Wat boeit je aan Berlijn?

Berlijn ademt geschiedenis. Het kosmopolitisme van Berlijn trekt me aan. In Berlijn is alles mogelijk. Berlijn is de meest ruimdenkende stad die ik ken. En dat was ook al zo in de jaren dertig, toen Joseph Roth er leefde en woonde. Wie er ooit is geweest, wil er altijd weer naartoe. Dat is ook de betekenis van de tekst van het liedje Ich hab’ noch einen Koffer in Berlin, dat als motto voor het festival is gekozen.Het is een nummer uit de jaren vijftig. Het werd vooral bekend door Hildegard Knef. Het waren moeilijke jaren voor Duitsland. Ze moesten een land – en al gauw eigenlijk twee landen – opbouwen, ze moesten de schande van de Tweede Wereldoorlog verdragen. Kunst en cultuur waren belangrijk om het trauma te verwerken. Op de puinhopen van Berlijn zijn de mensen na de oorlog vrij snel weer gaan zingen, theaterstukken opvoeren, teksten schrijven… Wie houdt van boeken weet hoe troostend literatuur kan zijn…

Waar gaan jouw eigen boeken over?

Over Duitsland op het spoor heb ik het in het begin van ons gesprek al even gehad. Daarin volg ik de sporen van Joseph Roth door Duitsland. Ik logeer in de hotels waar hij heeft gewoond – Roth was een hotelmens, hij had nooit een eigen woning – en ik reis zoals Roth: met de trein. Onderweg praat ik met mensen. Die gesprekken gingen heel vaak over de vluchtelingenproblematiek, maar ook over het feit dat na de Tweede Wereldoorlog 14 miljoen Heimatvertriebene in Duitsland terecht zijn gekomen. Ze werden opgevangen in een land dat in puin lag, en de integratie verliep voorbeeldig, met het Wirtschaftswunder tot gevolg. Door mijn zoektocht naar Martin werd het ook een heel persoonlijk boek. Mijn eerste boek, uit 2013, is een bewerking van mijn proefschrift over Joseph Roth: Waar het me slecht gaat is mijn vaderland. Joseph Roth in Nederland en België. Als vertaler heb ik vooral Joseph Roth vertaald, maar ook een aantal hedendaagse auteurs, zoals Katja Lange-Müller, Silke Scheuermann en Norbert Gstrein.

Wanneer zal het literaire festival voor jou geslaagd zijn?

Als mensen naar buiten gaan met een glimlach op hun gezicht, omdat ze een interessante en prettige middag hebben gehad, en met het voornemen om meer Duitse boeken te lezen. Als het met andere woorden een echt feest van de Duitse literatuur is geworden.